Na Lima te zijn ontvlucht zijn we richting het noorden getrokken langs de kust. Onderweg hebben we enkele pitstops gemaakt op archeologische sites en een schuchter begin pasje gezet op een surfboard. Vervolgens zijn we, met de bus, het binnenland in getrokken . Het grappige is hoe hoger de streek is die je bezoekt (ten opzichte van de zee), hoe kleiner de mensen zijn die je tegenkomt. Al snel waren we omringt met mensen die niet veel groter waren dan een Oompa Loompa uit de chokoladefabriek. Wat echter minder grappig is, is hoe verder je het binnenland intrekt hoe minder luxueus de bus reizen worden. Ondanks dat we al behoorlijk wat ervaring beginnen krijgen met het kiezen van een plaats in de bus. Het beste is om in het midden van de bus te gaan zitten. Daar beweegt hij het minste. In een dubbeldekker is de beste plaats juist achter de trap op de verdieping (een kwestie van beenruimte). Probeer zo ver mogelijk van de sanitaire voorzieningen plaats te nemen (als die aanwezig zijn), i.v.m. onaangename luchtjes. Maar ondanks al die kennis ben je nooit zeker van een aangename reis. Een pak weg klein probleempje met de airco, de temperatuur stijgt en de reis ontaardt vlug in een olfactorische hel. Al snel vullen de bedwelmende urine dampen dan de gehele bus, gespijsd met een stevige zuur boeket van uitgetrokken gefermenteerde basketsloefkes. Om nog niet van de zweetlucht te spreken. En ik die zich schaamde omdat ik m'n tanden vergeten te poetsen was. Niet aan denken, nog slechts 7 uur, proberen een tukje te doen. Als die eikel hiervoor enkel zou willen ophouden met fluiten (of op zijn minst wat ritmisch probeert te tjilpen). Voor mij is een ding zeker: het zijn niet de oneindiglange haarspeltbochten die een zure oprisping bewerkstelligen. Eindelijk aangekomen blijkt de rugzak, die ik vakkundig onder de stoel gemoffelt had, zeiknat te zijn. Met de nadruk op zeik want die kerel achter ons had blijkbaar, om een of andere duistere reden, alles laten lopen. Dat verklaarde meteen de amoniakale visdampen die mijn reukorgaan prikkelde enkele uren geleden.
Maar bon we zijn op reis en we gaan niet zagen want het landschap was meer als verbluffend.
Wel hebben we alletwee, ergens in de laatste twee weken, een flinke schijterij opgelopen. Dus vanmorgen even met een potje kak langs het laboratorium geweest en wat blijkt: we zijn fiere gastheer (en vrouw) van een parasitaire amoebe familie. Dus 10 dagen pillen slikken en dan zou alles weer goed moeten zijn. Neemt niet weg dat de eetlust nog steeds optimaal is. Niks ernstig dus.Van de week hebben we enkele stevige wandelingen gemaakt 1: naar Kuelap een pre-colombiaanse vesting op 3000 meter hoogte . Naar het schijnt even spectaculair als de Manchu Pichu maar zonder al die toeristen. Daar kon je op 2 manieren heen nl met de bus en een wandelingetje of via een bergpad vanuit een aangrenzend gehucht Tingo genaamt (je moet maar eens op 'google maps' zoeken waar dat juist ligt). Wij kozen voor de 2e optie: ongeveer 10 km lang en stijgen van 1700m naar 3100m boven de zeespiegel ( Al was het maar omdat we een irritante montagnard uit het zuiden van Frankrijk tegen het lijf gelopen waren, die ons mededeelde dat deze weg voor ongetrainde niet bergbewoners ab-so-luut onmogelijk is want zelfs voor hem was het moeilijk. Dat was natuurlijk buiten onze alomgekende koppigheid om gerekend .) fabuleus!!! En omdat we lekker opgewarmt waren, zijn we de volgende dag s'werelds 3de hoogste waterval gaan bezoeken, met bijbehorende fikse wandeling . En dit alles met een bij tijds en stonds stevige darmkramp . Wie is er hier dan het watje. Nu zitten we op de grens met de jungle daar waar het Amazonengebied begint, om een beetje uit te rusten en onze stevig doorzweette was te wassen. Aangenaam
PS Een weetje: de kakkerlakken zijn hier zeker 7 cm (voelsprieten niet meegerekend) groot.
Inscription à :
Publier les commentaires (Atom)
Aucun commentaire:
Enregistrer un commentaire